Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 38b

Artikel 38b

Onderdeel van Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027

1. Het college kan op basis van individuele omstandigheden voor degene die inkomen uit arbeid en een uitkering ontvangt, ambtshalve een bufferbudget tot maximaal € 1.000 per kalenderjaar inzetten, indien: de belanghebbende als gevolg van inkomstenverrekening instabiliteit in inkomen heeft of zal hebben waardoor die persoon of het gezin gedurende een of meer maanden op maandbasis minder dan de grondslag tot zijn beschikking heeft of daar redelijkerwijs over kan beschikken; en het bufferbudget naar het oordeel van het college bijdraagt aan het werken in deeltijd of aan volledige arbeidsinschakeling van deze persoon. 2. Het college wendt het bufferbudget aan om betalingen aan de belanghebbende te doen, of om een onverschuldigd betaalde uitkering te vereffenen vanwege het in aanmerking nemen van inkomsten uit arbeid, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de stabiliteit van de inkomensvoorziening in een of meer maanden. 3. Bij aanwending van het bufferbudget is artikel 5, derde lid, van overeenkomstige toepassing. 4. Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantiebijslag, wijzigt, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, gewijzigd met het percentage van deze wijziging. 5. Het gewijzigde bedrag en de dag waarop de wijziging ingaat, wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel