Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de onderwijsdeelnemer ter zake van de uitvoering van deze wet als registratienummer slechts:
in het verkeer met de onderwijsdeelnemer op wie het nummer betrekking heeft;
in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie;
teneinde de gegevens van de onderwijsdeelnemer te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet.
Hoofdstuk II
Artikel 5a
Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer
Onderdeel van Les- en cursusgeldwet· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026