**1.** Wanneer de gebouwen en terreinen, bedoeld in de artikelen 5 en 7, worden vervreemd, of zodra voor die gebouwen en terreinen overeenkomstig artikel 110 van de wet is vastgesteld dat zij blijvend niet meer voor het onderwijs aan de school worden gebruikt, betaalt het bevoegd gezag aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente aan uitbreiding, verbouwing of vernieuwing van gebouwen en terreinen op grond van de bepalingen van de Lager-onderwijswet 1920 heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met 2 percent voor wat betreft de uitbreiding en met 5 percent voor wat betreft de verbouwing of de vernieuwing, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
**2.** Het bevoegd gezag betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente aan uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud, herstel van constructiefouten of energiebesparende maatregelen op grond van de bepalingen van de Wet op het basisonderwijs zoals luidend op 31 december 1996 heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met de afschrijvingspercentages, bedoeld in de Wet op het basisonderwijs zoals geldend op 31 december 1996, voor wat betreft uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud, herstel van constructiefouten of energiebesparende maatregelen, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
**3.** Het bevoegd gezag betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente heeft uitgegeven aan de voorzieningen, bedoeld in artikel 92, eerste lid, onderdelen a 2º, b en c, van de wet, verminderd met de uit de gemeentebegroting blijkende afschrijving op het moment van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van buitengebruikstelling, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden.
**4.** Binnen vier weken na de vervreemding of nadat de buitengebruikstelling overeenkomstig artikel 110 van de wet is vastgesteld, draagt het bevoegd gezag de roerende zaken, behalve die welke het bevoegd gezag niet met overheidsgelden heeft aangeschaft, aan de gemeente in eigendom over.
**5.** Indien het bevoegd gezag in de onmogelijkheid verkeert het gebouw en terrein tegen een zodanige prijs te verkopen of op andere wijze daaruit zodanige inkomsten te verwerven, dat uit de opbrengst het verschuldigde bedrag kan worden terugbetaald, kan het bevoegd gezag aan zijn verplichtingen voldoen door overdracht van het gebouw en terrein aan de gemeente, dan wel door betaling aan de gemeente van een door gedeputeerde staten vast te stellen vergoeding.
Artikel 11, tweede en derde lid, 12, aanhef, 15, tweede en derde
lid, 20-23 werken terug tot en met 1 januari 1997.
Afdeling II › § 1
Artikel 11
Vervreemding en buitengebruikstelling
Onderdeel van Besluit oude eigendoms- en huurscholen WPO· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 juli 2000