Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
hakhoutbos, geriefbos en niet op rij staande boomgroepen voor zover kleiner dan 1 ha, alsmede solitaire beuken, eiken, elzen, essen, esdoorns, espen, grove dennen, iepen, linden, tamme- en paardekastanjes, wilgen en zwarte populieren;
heidevelden, rietlanden, ruigten, boezemlanden, grienden en moerassen voor zover kleiner dan 1 ha en niet deel uitmakend van een bos groter dan 5 ha;
vennen, pingo's, dobben, petgaten, wielen, kolken, poelen en veenputten voor zover kleiner dan 1 ha;
bomenrijen, behoudens voor zover deze bestaan uit niet geknotte populieren.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Regeling aanwijzing landschapselementen 1986· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 11 september 1987