**1.** Het gestelde in artikel 3, lid 2, 3 en 4 geldt niet ten aanzien van luchtverkeer, dat
onder leiding van het Nederlandse gevechtsleidingscentrum, vluchten uitvoert in het kader van het NAVO-luchtverdedigingssysteem;
onder leiding van een buitenlands radarstation, behorende tot het geïntegreerde NAVO-meldings- en gevechtsleidingssysteem, vluchten uitvoert in het kader van het NAVO-luchtverdedigingssysteem, onder de volgende voorwaarden:
het Nederlandse gevechtsleidingscentrum dient vooraf van de voorgenomen activiteiten op de hoogte te worden gesteld;
de door burger-verkeersleidingsdiensten gecontroleerde verkeersleidingsgebieden gelegen op vliegniveau 195 en daaronder dienen te worden vermeden;
onder alle omstandigheden dient een horizontale separatie van ten minste 5 zeemijlen of een verticale separatie van ten minste 1500 m ten opzichte van ander luchtverkeer te worden aangehouden.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van NAVO-binnenvliegregeling· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 8 september 1987