Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 3

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Scheepvaartverkeerswet· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. De kapitein van een zeeschip maakt tijdens de vaart op de scheepvaartwegen die deel uitmaken van een zeehavengebied, gebruik van de diensten van een loods. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder zeehavengebied verstaan de scheepvaartwegen die deel uitmaken van een zeehaven, die de aanloop daarnaar vormen of de verbinding vormen tussen zeehavens. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de in het eerste lid bedoelde zeehavengebieden en scheepvaartwegen nader aangeduid. 4. Onverminderd het eerste lid maakt de kapitein van een zeeschip in ieder geval in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen omstandigheden, ook op andere daarvoor aangewezen scheepvaartwegen gebruik van de diensten van een loods. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het gezag aangewezen dat op een in die maatregel aan te geven wijze belast wordt met de uitvoering van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen. Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel