**1.** Toepassing van de artikelen 4, 10, vierde lid, 11 en 12 kan, behoudens het bepaalde in het tweede lid, slechts geschieden in het belang van:
het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico’s in verband met schepen;
het voorkomen of beperken van verontreiniging door schepen.
**2.** Toepassing van artikel 4 ten behoeve van een in het eerste lid genoemd belang kan mede geschieden in het belang van het voorkomen of beperken van:
hinder of gevaar door het scheepvaartverkeer voor personen die zich anders dan op een schip te water bevinden;
schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen.
Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid,
onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor
het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het
Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).
Hoofdstuk 2 › § 1
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Scheepvaartverkeerswet· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021