Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 52

Artikel 52

Onderdeel van Scheepvaartverkeerswet· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, 9, tweede lid, 10, tweede en derde lid, artikel 11, eerste en tweede lid, 16a, dat niet uitsluitend bepalingen bevat ter implementatie van een besluit van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, wordt gelijktijdig in de Staatscourant bekend gemaakt en aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. 2. Gedurende 30 dagen vanaf de dag waarop de bekendmaking is geschied, kan een ieder met betrekking tot het ontwerp zijn zienswijze naar voren brengen bij Onze Minister. 3. Binnen de in het tweede lid bedoelde termijn kan door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers van de Staten-Generaal de wens te kennen worden gegeven dat het in de maatregel te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld. 4. In het geval, bedoeld in het derde lid, dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsvoorstel in. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel