Een vergunning wordt verleend voor een geldigheidsduur van drie jaren. Op verzoek van de vergunninghouder kan Onze Minister de geldigheidsduur van de vergunning verlengen voor een periode van telkens vijf jaren. Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning wordt uiterlijk twaalf weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande vergunning ingediend.
Hoofdstuk 5
Artikel 16a
Artikel 16a
Onderdeel van Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998