**1.** Als zendinrichtingen die op een niet voor het publiek toegankelijke plaats aanwezig dienen te zijn worden aangewezen zendinrichtingen van de klasse III.
**2.** De niet voor het publiek toegankelijke plaats dient zodanig te zijn ingericht dat de daar aanwezige zendinrichtingen niet voor het publiek zichtbaar zijn.
**3.** Tot de niet voor het publiek toegankelijke plaats mogen de ondernemer en de tot zijn onderneming behorend personeel slechts toegang hebben, alsmede diegenen die in het bezit zijn van de voor die zendinrichtingen vereiste machtiging dan wel ingevolge de wettelijke regelingen een zodanige machtiging niet behoeven.
**4.** Ten behoeve van beurzen en tentoonstellingen kan Onze Minister onder daarbij te stellen voorschriften en beperkingen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in werking treedt.
Artikel 3
Niet voor het publiek toegankelijke plaats
Onderdeel van Ondernemersregeling zendinrichtingen· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1989