In afwijking van het bepaalde in artikel 2a is een niet-ingezetene, die tijdelijk in Nederland verblijft en in een van de landen van de CEPT overeenkomstig de Recommandatie T/R 21–09 is gemachtigd voor het aanwezig hebben en gebruiken van een zendinrichting, bestemd voor landmobiele satelliet-communicatie, vrijgesteld van het vereiste van een machtiging voor de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van de zendinrichting, voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2d.
Hoofdstuk Ia
Artikel 2c
Artikel 2c
Onderdeel van Regeling vrijstelling machtiging zendinrichtingen niet-ingezetenen· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 27 november 1991