Voor de verrekening met het buitengewoon pensioen worden niet in aanmerking genomen:
van overheidswege verstrekte subsidies en tegemoetkomingen, alsmede afkoopsommen en overlijdensuitkeringen;
de op grond van de Wet Rietkerk-uitkering (Stb. 1988, 226) verstrekte uitkering;
de inkomsten van minderjarige kinderen;
een uitkering ineens, bedoeld in artikel 42 van het pensioenreglement van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij;
inkomsten welke onverplicht door derden worden verschaft;
inkomsten, verbonden aan de toekenning van een koninklijke onderscheiding;
de van de Sociale verzekeringsbank krachtens artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht ontvangen wettelijke rente;
de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet en artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Algemene
Ouderdomswet, enz. (toekennen van inkomensondersteuning aan personen
die AOW ontvangen) (Stb. 2015/28) in werking treedt.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Kortingsbesluit WIV· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2015