**1.** Aan boord van een vaartuig moeten de elektromotoren voor:
kunstmatige ventilatie van ruimten voor accommodatie, dienstruimten, controlestations en ruimten voor machines voldoen aan het bepaalde in artikel 146, derde lid, of artikel 171, eerste lid;
kunstmatige ventilatie van ladingruimten buiten deze ruimten kunnen worden gestopt;
geforceerde trek vanaf een plaats buiten de ruimte waar de ketel is of waar de ketels zijn opgesteld, en buiten een ruimte voor machines van categorie A kunnen worden gestopt; en
brandstoftrimpompen, pompen van oliestookinrichtingen en dergelijke brandstofpompen voldoen aan het gestelde in artikel 148, achtste lid of artikel 173, zevende lid.
**2.** Aan boord van een vaartuig moeten elektrisch gedreven dekwerktuigen zijn voorzien van een noodstopinrichting als bedoeld in artikel 106, derde lid.
**3.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven voor noodstopinrichtingen van centrale verwarmingsinstallaties.
**4.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven voor noodstopinrichtingen van vislieren.
Hoofdstuk 4 › § 3
Artikel 109
Noodstopinrichtingen
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997