**1.** Verlichtingsarmaturen moeten zodanig zijn uitgevoerd, dat geen temperatuurstijging kan ontstaan die schade aan de leidingen kan veroorzaken. Geen enkel deel van de armatuur, voor zover dit binnen handbereik kan worden aangeraakt, mag bij normaal gebruik een hogere temperatuur dan 60°C kunnen bereiken.
**2.** Gloeilampen, fluorescentiebuizen en andere lichtbronnen, aangebracht op plaatsen waar zij aan beschadiging blootstaan, moeten doelmatig zijn beschermd.
**3.** In vochtige ruimten moeten waterdichte lamparmaturen worden gebruikt. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan toestaan dat in bepaalde vochtige ruimten hetzij druipwaterdichte, hetzij spatwaterdichte lamparmaturen worden toegepast.
Hoofdstuk 4 › § 3
Artikel 124
Algemene eisen voor verlichtingsarmaturen en lampen
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997