**1.** Iedere afzonderlijke stroomkring moet tegen kortsluiting zijn beveiligd. Iedere afzonderlijke stroomkring moet ook tegen overbelasting zijn beveiligd, uitgezonderd de stroomkringen als bedoeld in artikel 94, negende lid, en zestiende lid, onder 3, of indien het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bij uitzondering anders toestaat.
**2.** Leidingen mogen niet met een hogere stroomsterkte worden belast dan de maximum stroomsterkte voorgeschreven door een klassebureau. De gegevens omtrent de toelaatbare stroomsterkte van iedere stroomkring moeten, samen met die van de nominale waarde of de afstelling van het voor de beveiliging tegen overbelasting geschikte apparaat, doelmatig en duurzaam zijn aangebracht.
Hoofdstuk 4 › § 3
Artikel 128
Beveiliging en belasting van elektrische leidingen
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1998