Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 1

Artikel 139

Algemeen

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1997

1. De voorschriften in deze paragraaf zijn van toepassing op vaartuigen waarvan de lengte 55 m of meer bedraagt. 2. In ruimten voor accommodatie en dienstruimten moet een van de volgende methoden van bescherming zijn toegepast: methode I F- het aanbrengen van scheidingsschotten van klasse «B» of «C» van onbrandbare kwaliteit, in het algemeen zonder dat daarbij installaties als voorgeschreven bij methode II of III F in de ruimten voor accommodatie en de dienstruimten zijn aangebracht; methode II F- het installeren van een automatische sprinkler- en brandalarm- en brandontdekkingsinstallatie voor het ontdekken en blussen van brand in alle ruimten waarin het ontstaan van een brand kan worden verwacht, in het algemeen zonder beperkingen ten aanzien van het type van de scheidingsschotten; of methode III F- het installeren van een automatische brandalarm- en brandontdekkingsinstallatie in alle ruimten waarin het ontstaan van een brand kan worden verwacht, in het algemeen zonder beperkingen ten aanzien van het type van de scheidingsschotten, met dien verstande dat de oppervlakte van enige ruimte of ruimten voor accommodatie die door een schot van klasse «A» of «B» dienen te worden begrensd, in geen geval meer dan 50 m2 mag bedragen. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan voor ruimten voor algemeen gebruik echter een grotere oppervlakte toestaan. De bepalingen met betrekking tot de toepassing van onbrandbare materialen bij de constructie en isolatie van schotten die de begrenzing vormen van ruimten voor machines, controlestations en dergelijke, en de bescherming van trapomsluitingen en gangen zijn voor alle drie methoden gelijk.

Rechtspraak bij dit artikel