**1.** De verwarming van ruimten voor accommodatie, dienstruimten en controlestations dient te geschieden door toevoer van stoom, heet water, warme lucht of elektriciteit.
**2.** Verwarmings- en kooktoestellen moeten vast zijn opgesteld en moeten zo zijn ingericht dat het brandgevaar tot een minimum is beperkt. Deze toestellen mogen niet zijn voorzien van een verwarmingselement dat stoffen in de directe omgeving kan doen schroeien of in brand doen geraken door de door het element geleverde hitte.
**3.** De constructie en opstelling van oliekachels moeten voldoen aan door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te stellen regels.
**4.** Propaan- en butaaninstallaties voor huishoudelijke doeleinden, moeten voldoen aan door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te stellen regels.
Hoofdstuk 5 › § 2
Artikel 172
Verwarmingsinstallaties
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997