**1.** Ruimten voor machines van categorie A moeten zijn voorzien van een vast aangebrachte brandblusinstallatie met uitsluitend gehalogeniseerde koolwaterstoffen met een lage giftigheidsgraad als blusstof. Indien ruimten voor machines aan elkaar grenzen en niet volkomen van elkaar zijn gescheiden of wanneer brandstofolie van één ruimte naar een andere ruimte kan vloeien, moeten de betrokken ruimten als één ruimte worden beschouwd. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven ten aanzien van bedoelde brandblusinstallatie.
**2.** De in het eerste lid bedoelde brandblusinstallatie moet kunnen worden bediend vanaf een gemakkelijk toegankelijke plaats buiten de te beschermen ruimten, welke zodanig is gelegen dat het niet waarschijnlijk is dat, in geval van brand in een te beschermen ruimte, deze plaats onbereikbaar wordt. Voorzieningen moeten zijn getroffen teneinde de krachtvoorziening zeker te stellen, die noodzakelijk is voor het inwerking stellen van de installatie in geval van brand in de te beschermen ruimte.
**3.** Ruimten voor machines van categorie A moeten bovendien zijn voorzien van:
ten minste twee draagbare schuimbrandblustoestellen of daaraan gelijkwaardig gestelde brandblustoestellen;
ten minste een draagbaar schuimbrandblustoestel of daaraan gelijkwaardig gesteld brandblustoestel meer dan het aantal genoemd onder 1 indien in de ruimte verbrandingsmotoren of gasturbines zijn opgesteld die een gezamenlijk vermogen hebben van 250 kW of meer;
één of meer bakken, tezamen inhoudende ten minste 0,3 m3 zand, met soda doordrenkt zaagsel of andere doelmatige stoffen op elke stookplaats, benevens schoppen om deze stoffen te verspreiden. Een draagbaar schuimbrandblustoestel of daaraan gelijkwaardig gesteld brandblustoestel kan hiervoor in de plaats worden gesteld; en
een stoombrandblusinrichting op de onder overdruk staande luchtkanalen van ketels met geforceerde trek, indien zich in deze luchtkanalen lekolie kan verzamelen.
**4.** Indien in een ruimte voor machines van categorie A een oliegestookte verwarmingsketel is opgesteld moet een van de in het derde lid vereiste draagbare brandblustoestellen in de nabijheid daarvan zijn geplaatst.
**5.** Op vaartuigen welke grotendeels of geheel zijn vervaardigd van hout, kunststof of aluminium en waarvan de ruimten voor machines geheel of gedeeltelijk door schotten, dekken of kappen van deze materialen zijn omsloten moeten deze ruimten, indien daarin oliegestookte ketels, oliestookinrichtingen, verbrandingsmotoren of gasturbines zijn opgesteld, zijn voorzien van een vast aangebrachte brandblusinstallatie zoals voorgeschreven in het eerste lid.
**6.** Indien naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie brandgevaar aanwezig is in ruimten voor machines ten aanzien waarvan geen bepaalde voorschriften omtrent brandblusmiddelen zijn gegeven in de voorgaande leden, moeten in of dicht bij deze ruimten een zodanig aantal brandblustoestellen of andere brandblusmiddelen zijn opgesteld als door hem voldoende wordt geacht.
**7.** Bij toepassing van tweetaktmotoren moet elk van deze motoren met een vermogen van 750 kW of meer, zijn voorzien van een inrichting om gas of stoom als blusstof toe te laten in de spoelluchtleidingen, tenzij ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie wordt aangetoond dat deze voorziening niet noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5 › § 2
Artikel 182
Brandblusvoorzieningen in ruimten voor machines
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997