**1.** De plaats, de constructie, de geluids- en warmte-isolatie en de inrichting van de verblijfsruimten en de dienstruimten, voor zover aanwezig, alsmede de toegangen daartoe bieden adequate bescherming tegen trillingen en geluidhinder tijdens de rustperiode van de bemanning.
**2.** Wanneer de constructie, de afmetingen of de bestemming van het vaartuig het mogelijk maken, zijn de verblijfsruimten zodanig gelegen dat de gevolgen van bewegingen en versnellingen zo veel mogelijk worden beperkt.
**3.** Voor zover mogelijk worden er passende maatregelen genomen voor de bescherming van niet-rokers tegen hinder door tabaksrook.
**4.** Voor voedselopslag zijn koelkasten of andere koelvoorzieningen aanwezig.
**5.** Indien ten behoeve van de ventilatie in gesloten werkruimten een mechanische luchtverversingsinstallatie wordt gebruikt, is deze altijd bedrijfsklaar.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid.
Hoofdstuk 6 › § 2
Artikel 193a
Artikel 193a
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997