**1.** Behoudens het bepaalde in het vijfde lid dienen de reddingmiddelen en -voorzieningen die in dit hoofdstuk zijn voorgeschreven, van een goedgekeurd type te zijn en te voldoen aan de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te stellen nadere regels.
**2.** Alvorens een goedkeuring te kunnen verkrijgen, dienen de reddingmiddelen en -voorzieningen te worden beproefd om vast te stellen of zij aan het bepaalde in dit hoofdstuk voldoen, op een wijze als nader voorgeschreven door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
**3.** Alvorens een goedkeuring te kunnen verkrijgen, dienen reddingmiddelen of -voorzieningen van een nieuw ontwerp te worden beoordeeld en beproefd om vast te stellen of zij voldoen aan normen van veiligheid die ten minste gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in dit hoofdstuk. De beproeving dient te geschieden op een wijze als nader voorgeschreven door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
**4.** De door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven goedkeuringen vermelden tevens de voorwaarden waaronder de goedkeuring geldig blijft.
**5.** Reddingmiddelen en -voorzieningen die ingevolge het bepaalde in dit hoofdstuk zijn voorgeschreven, doch waarvoor geen nadere voorschriften in paragraaf 3 zijn opgenomen, dienen ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te zijn.
Hoofdstuk 7 › § 1
Artikel 195
Beoordeling, beproeving en keuring van reddingmiddelen en -voorzieningen
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997