Hulpverleningsboten moeten zijn geplaatst:
zodanig dat ze voortdurend en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn en de tewaterlating binnen 5 minuten kan geschieden;
op een plaats die zowel geschikt is voor het te water laten als voor het terugplaatsen van de boot;
zodanig dat noch de hulpverleningsboot noch de plaatsingsvoorzieningen de behandeling van enig ander groepsreddingmiddel op een andere tewaterlatingsplaats belemmeren; en
in overeenstemming met het bepaalde in artikel 204, indien ze tevens dienstdoen als reddingboot.
Hoofdstuk 7 › § 2
Artikel 205
Plaatsing van hulpverleningsboten
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997