Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › § 2

Artikel 245

Alarm-, nood- en spoedseinen

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1997

Ten aanzien van alarm-, nood- en spoedseinen moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen: slechts de kapitein is bevoegd bevel te geven tot het gebruik van de in dit artikel genoemde seinen; het alarmsein mag slechts worden gebruikt om aan te kondigen: dat een noodoproep of -bericht zal volgen; dat een bericht betreffende man-over-boord zal volgen, doch uitsluitend als hulp van andere schepen of vaartuigen wordt verlangd en deze niet op afdoende wijze kan worden verkregen door het uitzenden van het spoedsein alleen; het noodsein mag slechts worden gebruikt, indien het vaartuig in ernstig en dreigend gevaar verkeert en onmiddellijk hulp nodig heeft; het spoedsein mag slechts worden gebruikt, indien een zeer dringend bericht overgebracht moet worden betreffende de veiligheid van een schip, vaartuig, vliegtuig of ander middel van vervoer, of de veiligheid van een persoon; de radiotelegrafische en radiotelefonische alarm-, nood- en spoedseinen en de daarop volgende nood- en spoedberichten moeten worden uitgezonden op de wijze als voorgeschreven in het Radioreglement; het annuleren van radiotelegrafische en radiotelefonische nood- en spoedberichten dient te geschieden op de wijze als aangegeven in het Radioreglement; het gebruik van enig noodsein anders dan om aan te geven dat een schip, vaartuig, vliegtuig of ander middel van vervoer in ernstig en dreigend gevaar verkeert en onmiddellijk hulp nodig heeft, evenals het gebruik van enig sein, dat met een noodsein kan worden verward, is verboden; geen enkele bepaling van het Radioreglement of van hoofdstuk 9 kan een beletsel zijn, dat een in nood verkerend vaartuig of reddingmiddel van alle middelen waarover het beschikt, gebruik maakt om de aandacht te trekken, zijn plaats bekend te maken en hulp te verkrijgen.

Rechtspraak bij dit artikel