Een vaartuig waarvan de lengte minder dan 75 m bedraagt, moet zijn uitgerust met een radiotelefoonstation dat voldoet aan het bepaalde in de artikelen 266 en 267, tenzij het is uitgerust met een radiotelegraafstation dat voldoet aan het bepaalde in de artikelen 257 en 258.
Hoofdstuk 9 › § 1
Artikel 251
Radiotelefoonstation
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997