Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › § 4

Artikel 270

Dagboek bestemd voor radiotelegrafie

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1997

1. Aan boord van een vaartuig dat is uitgerust met een radiotelegraafstation moet een dagboek bestemd voor radiotelegrafie, in dit artikel verder te noemen radiodagboek, aanwezig zijn, dat gedurende de reis in de radiohut moet worden bewaard. Iedere radio-officier moet zijn naam, de tijden waarop hij op wacht komt en van wacht gaat en alle met de radiodienst verband houdende voorvallen die zich tijdens de wacht voordoen en die van belang kunnen zijn voor de beveiliging van mensenlevens op zee, in het radiodagboek vermelden. 2. In het radiodagboek moet, naast hetgeen daarin krachtens het Radioreglement moet worden ingevuld, het volgende worden opgenomen: nauwkeurige gegevens omtrent het onderhoud en het laden van de accumulatorenbatterijen; dagelijks, een verklaring inhoudende dat alle tot de hoofd- en de reserve-installatie behorende accumulatorenbatterijen ten volle zijn geladen; dagelijks een nauwkeurige aantekening omtrent het die dag beproeven of voor het verkeer benutten van de reservezender en van de reservekrachtbron; dagelijks, bijzonderheden omtrent elke beproeving van het aan boord aanwezige radiotelegrafie-auto-alarmtoestel; wekelijks, nauwkeurige gegevens omtrent het onderhoud en het laden van de accumulatorenbatterijen behorende tot de radiotelegrafie-installatie in een reddingboot, indien die batterijen van een type zijn dat laden vereist; wekelijks, bijzonderheden omtrent het beproeven van de radiotelegrafie-installatie in een motorreddingboot; wekelijks, bijzonderheden omtrent het beproeven van het draagbare radiotoestel voor groepsreddingmiddelen; bijzonderheden met betrekking tot de richtingzoeker; ten minste éénmaal per reis, bijzonderheden omtrent beproeving van de reserve-antenne; de tijden gedurende welke luisterdienst als bedoeld in artikel 254 is gehouden. Deze aantekeningen moeten door hen die deze luisterdienst verrichten, worden ondertekend; het tijdstip waarop de luisterdienst werd onderbroken overeenkomstig het bepaalde in artikel 254, alsmede de reden voor onderbreking en het tijdstip waarop de luisterdienst werd hervat; en de namen van alle personen, die met de radiotelegraafdienst zijn belast, waarbij aangegeven de naam van degene die als chef van het radiostation is aangewezen. 3. In geval met betrekking tot het onderhoud en het laden der accumulatorenbatterijen, als bedoeld in het tweede lid, onder 1 en 5, afzonderlijke, door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aanvaarde accumulatorenrapporten worden bijgehouden, kan daarnaar in het radiodagboek worden verwezen. Deze rapporten maken in dat geval deel uit van het radiodagboek en zijn onderworpen aan de op het radiodagboek van toepassing zijnde voorschriften. 4. Radiodagboeken moeten op verzoek van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie aan hem ter inzage worden gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel