Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › § 1

Artikel 279

Radarinstallaties

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1997

1. Een vaartuig waarvan de lengte 45 m of meer bedraagt, gebouwd op of na 1 september 1984, en een vaartuig waarvan de lengte 75 m of meer bedraagt, gebouwd voor 1 september 1984, moet zijn voorzien van een radarinstallatie van een goedgekeurd type die voldoet aan de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie nader te stellen regels. 2. Aan boord van een vaartuig dat ingevolge het bepaalde in dit artikel is voorzien van een radarinstallatie, moeten op de brug voorzieningen aanwezig zijn voor het uitzetten van afgelezen radarwaarnemingen. Aan boord van een vaartuig waarvan de lengte 75 m of meer bedraagt, moeten deze voorzieningen ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn en tenminste even doelmatig als een reflectieplotter.

Rechtspraak bij dit artikel