Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 14 › § 1

Artikel 338

Vervoer van lading

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1997

1. De kapitein van een vaartuig is verplicht zorg te dragen dat het vervoer van lading geschiedt in overeenstemming met de voorschriften gesteld in hoofdstuk 13, paragraaf 2, en is voorts verplicht die maatregelen te treffen die in verband met de aard van de lading en de wijze van stuwen nodig zijn. 2. Bij het gebruik van werktuigen voor het verwerken van lading, is de kapitein verplicht ervoor zorg te dragen dat zodanige maatregelen worden getroffen dat de veiligheid en de gezondheid van de gebruikers en andere aanwezige personen zoveel doenlijk is gewaarborgd. 3. Indien gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 317, tweede lid, worden vervoerd die aanleiding kunnen geven tot het aanwezig zijn van ontplofbare, giftige of andere schadelijke dampen, dan wel aanleiding kunnen geven tot zuurstofarmoede, is de kapitein verplicht, zodanige voorzorgsmaatregelen te treffen dat de veiligheid en de gezondheid van personen die ruimten waarin deze stoffen zijn opgeslagen, openen of betreden, zoveel doenlijk is gewaarborgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel