**1.** Een vaartuig moet zodanig zijn uitgerust dat het snel en veilig kan ankeren. De uitrusting dient daartoe te bestaan uit ankers met toebehoren, ankerkettingen of staaldraadkabels, stoppers en een ankerspil of andere voorzieningen voor het laten vallen van het anker, het lichten van het anker en het ten anker houden van het vaartuig tijdens elke te voorziene bedrijfsomstandigheid.
**2.** Een vaartuig moet tevens zijn uitgerust met doelmatig meergerei, teneinde onder alle bedrijfsomstandigheden veilig te kunnen meren.
**3.** De uitrusting voor het ankeren en voor het meren moet voldoen aan het bepaalde in deze paragraaf en moet tevens ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 43
Uitrusting voor het ankeren en het meren
Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1997