**1.** De Kiesraad heeft tot taak:
op te treden als centraal stembureau in de gevallen waarin de wet dat voorschrijft;
de regering en de beide kamers der Staten-Generaal van advies te dienen in aangelegenheden die de verkiezingen of uitvoeringstechnische aangelegenheden die het kiesrecht betreffen;
zorg te dragen voor programmatuur die bij de verkiezingen wordt gebruikt overeenkomstig de bij of krachtens deze wet te stellen bepalingen;
de kwaliteit van de uitvoering van het verkiezingsproces te bevorderen in de gevallen waarin de wet dat voorschrijft;
de uitslagen van de op basis van deze wet gehouden verkiezingen te verzamelen en op een algemeen toegankelijke wijze te ontsluiten;
de overige in deze wet aan hem opgedragen taken ten uitvoer te leggen.
**2.** De taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door de voorzitter, de daartoe aangewezen leden en de buitengewone leden van de Kiesraad uitgeoefend.
**3.** Indien het een verkiezing betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen A 12, A 13, Ea 10, Ea 11 en Ea 12 uitgeoefend door een ondervoorzitter en daartoe aangewezen leden van de Kiesraad die niet tevens belast zijn met de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Afdeling I › Hoofdstuk A › § 2
Artikel A 3
Artikel A 3
Onderdeel van Kieswet· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026