**1.** De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de andere leden van het hoofdstembureau, alsmede ten minste drie plaatsvervangende leden, worden tijdig voor elke verkiezing door burgemeester en wethouders benoemd.
**2.** Als lid of plaatsvervangend lid van het hoofdstembureau kan worden benoemd degene die op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, met uitzondering van degene:
die op de dag van de kandidaatstelling bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht is ontzet;
die lid of plaatsvervangend lid is van het stembureau, gemeentelijk stembureau of centraal stembureau voor de desbetreffende verkiezing;
die als lid van een hoofdstembureau bij een vorige verkiezing heeft gehandeld of een handeling heeft nagelaten in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde;
die zich kandidaat heeft gesteld voor de desbetreffende verkiezing;
die gekozen lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.
**3.** Artikel E 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Afdeling II › Hoofdstuk E › § 4
Artikel E 12
Artikel E 12
Onderdeel van Kieswet· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026