Rechtstreekse toegang tot de registratie en zelfstandige raadpleging van de daarin opgenomen persoonsgegevens is, voor zover nodig voor de uitoefening van hun taak en met inachtneming van het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld, voorbehouden aan:
medewerkers van de raad die door de houder of de minister van justitie bevoegd zijn verklaard tot kennisneming van die gegevens;
andere door de houder of de minister van justitie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 en artikel 18, derde lid, van de Wet persoonsregistraties, daartoe aangewezen personen.
Par. 4
Artikel 9
Rechtstreekse toegang tot de registratie
Onderdeel van Privacyreglement Algemene zaaksregistratie raden voor de kinderbescherming· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1990