Naar hoofdinhoud

Artikel 30

Artikel 30

Onderdeel van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990· Vervoersrecht

1. Bestuurders van motorvoertuigen die voor nader aan te geven werkzaamheden worden gebruikt, voeren onder nader aan te geven omstandigheden geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht. De in artikel 29, eerste lid, genoemde bestuurders voeren in die gevallen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht in plaats van blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. De bestuurder van het motorvoertuig die als eerste of enige de plek bereikt om de daar aan hem opgedragen taak uit te voeren, mag in plaats van dat licht, blauw zwaai-, flits- of knipperlicht voeren. 2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht en de werkzaamheden en omstandigheden waarbij deze signalen worden gevoerd. Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. Artikel III, tweede lid, van Stb. 2008/513 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Verwijzingen