In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen stelt Onze Minister de raden van toezicht van de toegelaten instellingen en de besturen van de dochtermaatschappijen op de hoogte van zijn werkzaamheden ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden, bedoeld in dit hoofdstuk.
De artikelen II en III van Stb. 2015/145 jo. Stb. 2015/146
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.