Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › § 1

Artikel 30

Artikel 30

Onderdeel van Paspoortwet· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2017

1. De aanvrager die houder wenst te blijven van een geldig Nederlands reisdocument naast het aangevraagde reisdocument, kan daartoe een verzoek doen aan de autoriteit die bevoegd is de aanvraag in ontvangst te nemen. Deze autoriteit beslist op het verzoek volgens nader door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken te stellen regelen. 2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden gedaan, indien hetzij het aangevraagde document hetzij het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is. 3. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen, indien: zowel het aangevraagde document als het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is; het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven een vervangende Nederlandse identiteitskaart is. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel