Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III › Afdeling 3

Artikel 52

Artikel 52

Onderdeel van Wet op de accijns· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 13 februari 2023

1. De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag tot verbruik. 2. Onder het tijdstip van de uitslag tot verbruik wordt verstaan: in de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde situatie: het tijdstip van de aanvang van het voorhanden of in opslag hebben; bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel c: het tijdstip van de productie of verwerking; in de in artikel 2a, tweede lid, onderdeel b, bedoelde situatie: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geregistreerde geadresseerde; in de in artikel 2a, tweede lid, onderdeel c, bedoelde situatie: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geadresseerde; in de in artikel 2a, vijfde lid, bedoelde situaties: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen op de plaats van rechtstreekse aflevering. 3. In afwijking van het eerste lid wordt de accijns verschuldigd: bij toepassing van artikel 2, vierde lid: op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden of in opslag hebben of het gebruik van de minerale oliën; bij toepassing van artikel 2c: op het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 2c bedoelde onregelmatigheid; bij toepassing van artikel 2d, derde lid: op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van de accijnsgoederen in Nederland; bij toepassing van artikel 2d, vierde lid: op het tijdstip van de verkrijging van de minerale oliën in Nederland; bij toepassing van artikel 2e, eerste lid: op het tijdstip dat de accijnsgoederen in ontvangst zijn genomen door de gecertificeerde geadresseerde in Nederland; bij toepassing van artikel 2f, eerste lid: op het tijdstip van de levering van de accijnsgoederen; bij toepassing van artikel 4: op het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 4 bedoelde onregelmatigheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel