**1.** De eigenaar van een te boek staand binnenschip waarop artikel 786, eerste lid, onder b , ten vijfde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en waarvan de teboekstelling in het buitenlandse register heeft plaatsgevonden voordat de op 25 januari 1965 te Genève gesloten Overeenkomst inzake inschrijving van binnenschepen, met Protocollen (Trb. 1966, 228) voor de staat van dat register van kracht is geworden, is verplicht van de teboekstelling van het schip in het verdragsregister mededeling te doen aan de bewaarder, en daarbij tevens mede te delen of hij de teboekstelling in het verdragsregister zal handhaven. De in de eerste zin bedoelde mededelingen moeten worden gedaan binnen drie maanden nadat het buitenlandse register waarin het schip te boek staat de hoedanigheid van verdragsregister heeft verkregen.
**2.** Indien de eigenaar de in het eerste lid bedoelde mededelingen niet binnen de aldaar gestelde termijn heeft gedaan of indien hij heeft medegedeeld dat hij de teboekstelling in het verdragsregister wenst te handhaven, dient hij onverwijld een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling overeenkomstig artikel 30 in.
**3.** Indien de eigenaar heeft medegedeeld dat hij de teboekstelling van het schip in het verdragsregister niet wenst te handhaven, draagt hij er zorg voor dat de teboekstelling in het verdragsregister wordt doorgehaald. Vindt geen doorhaling in het verdragsregister plaats binnen negen maanden nadat de in het eerste lid bedoelde mededelingen zijn gedaan, dan dient de eigenaar onverwijld een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling overeenkomstig artikel 30 in.
**4.** Van de in het eerste lid bedoelde mededelingen wordt melding gemaakt in de registratie voor schepen.
Hoofdstuk 3 › Titel 4 › Afdeling 2
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Maatregel teboekgestelde schepen 1992· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 24 november 2006