- **1.** Een grond voor verlenging van de verjaring bestaat:
- - **a.** tussen niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten;
- - **b.** tussen een wettelijke vertegenwoordiger en de onbekwame die hij vertegenwoordigt;
- - **c.** tussen een bewindvoerder en de rechtshebbende voor wie hij het bewind voert, ter zake van vorderingen die dit bewind betreffen;
- - **d.** tussen rechtspersonen en haar bestuurders;
- - **e.** tussen een beneficiair aanvaarde nalatenschap en een erfgenaam;
- - **f.** tussen de schuldeiser en zijn schuldenaar die opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan verborgen houdt;
- - **g.** tussen geregistreerde partners.
- **2.** De onder b en c genoemde gronden voor verlenging duren voort totdat de eindrekening van de wettelijke vertegenwoordiger of de bewindvoerder is gesloten.
Boek 3 › Titel 11
Artikel 321 BW
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 3· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 321 BW bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon