Indien een schip in nood verkeert en hulp verlangt, gebruikt, toont of geeft het de volgende seinen, hetzij gezamenlijk hetzij afzonderlijk:
een aanhoudend geluid met een toestel voor mistseinen;
een daartoe geëigend sein, door middel van radiotelegrafie of enige andere seinwijze uitgezonden;
een daartoe geëigend sein, uitgezonden door middel van radiotelefonie;
een rooksignaal dat oranje gekleurde rook afgeeft;
langzaam en herhaald op en neer bewegen van de naar beide zijden uitgestrekte armen;
seinen uitgezonden door noodradiobakens die de positie aanduiden;
een licht of een vlag of ieder ander geschikt voorwerp waarmee in het rond wordt gezwaaid;
reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten.
Hoofdstuk 4
Artikel 37
Noodseinen
Onderdeel van Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1992