Bij de uitoefening van de in artikel 1 genoemde bevoegdheden door de directeur van het Kabinet der Koningin luidt de ondertekening van de documenten:
‘De directeur van het Kabinet der Koningin’.
Indien de directeur zijn bevoegdheid heeft overgedragen als bedoeld in artikel 2, luidt de ondertekening:
‘De directeur van het Kabinet der Koningin
voor deze,
(functie-benaming van de ondertekenaar)’.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Mandaatbesluit personele bevoegdheden Kabinet der Koningin 1992· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 15 februari 1992