Naar hoofdinhoud

Artikel A

Taak en werkwijze van de ministerraad (algemeen)

Onderdeel van Algemene aanwijzingen inzake aangelegenheden van de ministerraad en onderraden· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 1992

In het eerste lid van artikel 4 van het Reglement van Orde (RvO) van de ministerraad (Stb. 1979, 264) is geregeld dat de ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en de eenheid van dat beleid bevordert. Volgens de nota van toelichting bij het RvO is aan de interpretatie van de raad zelf overgelaten wat onder algemeen regeringsbeleid dient te worden verstaan. Wel zijn in het tweede lid van artikel 4 verscheidene onderwerpen opgesomd die in ieder geval in de raad moeten worden behandeld. De tekst van artikel 4 luidt als volgt: De Raad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid. Hij bevordert de eenheid van dat beleid. Te dien einde beraadslaagt en besluit de Raad onder meer: over de ontwerpen van rijkswet en van wet en over de ontwerpen van algemene maatregelen van rijksbestuur en van bestuur alvorens deze de Raad van State worden toegezonden. Tenzij de spoed die de behandeling mocht vereisen nader overleg in de Raad niet toelaat, beraadslaagt de raad opnieuw indien een ontwerp belangrijk wordt gewijzigd of hetgeen bij de verdere behandeling wordt aangevoerd tot belangrijke wijziging aanleiding kan geven, dan wel indien intrekking van het ontwerp wordt overwogen; over overeenkomsten met andere mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties alvorens deze ter stilzwijgende goedkeuring aan de beide Kamers der Staten-Generaal worden toegezonden; over nota's aan de Staten-Generaal alsmede die adviesaanvragen aan adviesorganen die kunnen leiden tot belangrijke politieke en financiële consequenties; over het bekendheid geven aan beleidsvoornemens in welke vorm dan ook, die van invloed kunnen zijn op de positie van het Kabinet, of die belangrijke financiële consequenties kunnen hebben, benevens over beleidsvoornemens van een minister die het beleid van andere ministers kunnen raken en waarover het bereiken van overeenstemming niet mogelijk is gebleken; over de instelling, taak en samenstelling van geheel of overwegend niet-ambtelijke adviesorganen, die uitsluitend of mede tot taak hebben te adviseren met het oog op het te vormen beleid; over de instelling, taak en samenstelling van interdepartementale adviesorganen, indien deze een permanent karakter hebben of indien de werkzaamheden kunnen leiden tot belangrijke politieke en financiële consequenties; over publikatie van de rapporten van adviesorganen als bedoeld onder e, indien daarvan ambtenaren deel uitmaken en van interdepartementale adviesorganen indien de werkzaamheden kunnen leiden tot belangrijke politieke en financiële consequenties; over belangrijke onderwerpen het buitenlands beleid betreffende, daaronder begrepen het in internationaal verband doen van of instemmen met voorstellen die van aanmerkelijke invloed kunnen zijn op de geldende rechtsorde, verplichtingen van blijvende aard ten gevolge kunnen hebben, dan wel de Nederlandse Antillen raken; over aan delegaties dan wel aan vertegenwoordigers in het buitenland te verstrekken instructies, alsmede over de samenstelling van delegaties, een en ander voor zover het van belang is de Raad hierin te kennen; over voordrachten aan Ons te doen tot benoeming van personen en ontslag wegens andere reden dan op verzoek van de betrokkenen, voor zover het niet betreft benoeming of ontslag: van in Nederland werkzame leden van de rechterlijke macht, burgerlijke rijksambtenaren en militaire ambtenaren, voor zover deze lager bezoldigd worden dan een Directeur-Generaal bij een departement van Algemeen Bestuur; hoogleraren en lectoren; burgemeesters van gemeenten met minder dan 50 000 zielen, voor zover het geen provinciehoofdstad betreft; van ambtenaren die in een functie buiten Nederland werkzaam zijn bij diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland, voor zover het geen hoofden van missies betreft; van personen waarover naar het oordeel van de Minister-President en de desbetreffende Minister geen beraadslaging en beslissing van de Raad is vereist; over de voordrachten aan Ons te doen in verband met door Ons krachtens artikel 26, lid 2 en lid 4 van de Bankwet 1948 te nemen beslissingen over bedenkingen van de directie van de Nederlandsche Bank N.V. tegen aanwijzingen van Onze Minister van Financiën en over publikatie van die bedenkingen en van Onze beslissingen in de Nederlandse Staatscourant. Sinds de vaststelling van het RvO in 1979 is een aantal wijzigingen in de werkwijze van de ministerraad opgetreden. Zo heeft de ministerraad in 1985 afgesproken naar aanleiding van de toezeggingen met betrekking tot het kabinetsstandpunt over moties inzake deregulering dat indien het advies van de Raad van State ingrijpende kritiek op de inhoud of de vormgeving van wetsvoorstellen en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur bevat, deze opnieuw in de ministerraad aan de orde moeten worden gesteld. De publikatie van adviezen van niet-ambtelijke adviesorganen is in artikel 9 van de wet openbaarheid van bestuur (WOB) voorgeschreven. Is een regeringsstandpunt over een dergelijk advies wenselijk, dan zal van geval tot geval worden beoordeeld of behandeling in de ministerraad noodzakelijk is. Bij twijfel over de vraag of een aangelegenheid in de ministerraad aan de orde moet worden gesteld, plegen de ministers overleg met de minister-president (art.5 RvO). Hoewel het RvO veel onderwerpen die in de ministerraad aan de orde komen met name noemt, kan ten aanzien van onderwerpen die slechts in algemene bewoordingen worden aangeduid - zoals "aangelegenheden betreffende het algemeen regeringsbeleid" of "belangrijke wijzigingen" van wetsvoorstellen - onduidelijkheid bestaan over de noodzaak van behandeling door de ministerraad. Voor dergelijke gevallen schrijft artikel 5 RvO overleg met de minister-president voor om te voorkomen dat belangrijke beleidsvoornemens of -beslissingen die het beleid van andere bewindspersonen of de positie van het kabinet raken, niet of niet tijdig in de raad aan de orde komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel