**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
personen tot de leeftijd van 22 jaar dan wel, indien het gehandicapte personen betreft, personen tot de leeftijd van 26 jaar;
hij die gedurende het hele jaar zonder vaste vergoeding, onkostenvergoeding uitgezonderd, in zijn vrije tijd, in enig organisatorisch verband leiding of mede-leiding geeft aan een groep of groepen jeugd en jongeren;
het kamperen van jeugd en jongeren in groepsverband. Het kamp moet ten minste 10 deelnemers hebben en ten minste 4 aaneengesloten dagen duren. De leiding moet geheel of voornamelijk uit vrijwilligers bestaan;
een vakantie-activiteit voor jeugd en jongeren. De vakantie-activiteit moet ten minste 10 deelnemers hebben en ten-minste 3 aaneengesloten dagen duren. Onder jeugdkamp of kindervakantie-activiteit wordt niet begrepen: schoolkampen of -activiteiten georganiseerd vanuit onderwijs- of aanverwante instellingen: recreatie-activiteiten op campings of stranden; weekendkampen; gezinskampen; evangelisatiekampen of -activiteiten: jeugd en jongeren-uitwisselingen en jeugd en jongeren sportuitwisselingen, waarbij de deelnemers worden ondergebracht bij pleegouders; wedstrijd-, sportwervingsof selectiekampen en sporttoernooien.
**2.** Aan de tewerkgestelde kan, op verzoek, door de minister buitengewoon verlof worden verleend voor:
het leiden of volgen van een cursus gericht op vrijwilligers die zich bezighouden met jeugd- en jongerenwerk;
het als vrijwilliger leiden van een jeugdkamp of kindervakantie-activiteit als hoofdleider;
het assisteren van de hoofdleider van een jeugdkamp of kindervakantie-activiteit op basis van één vrijwilliger op elke 15 deelnemers, dan wel één vrijwilliger op elke 3 deelnemers, indien het een kamp of vakantie-activiteit voor lichamelijk of geestelijk gehandicapte jeugd en jongeren betreft.
Voor de onder c, bedoelde gevallen kan alleen buitengewoon verlof worden verleend, indien de aanwezigheid voor het welslagen van het kamp of vakantie-activiteit dringend gewenst is en geen andere persoon beschikbaar is.
**3.** Het buitengewoon verlof wordt verleend door de minister voor ten hoogste 5 dagen per geval en voor in totaal ten hoogste 10 dagen gedurende de tewerkstelling.
**4.** Een cursus als bedoeld in het tweede lid onder a, moet uitgaan van een landelijke of provinciale organisatie voor jeugd- en jongerenwerk of van een landelijke of provinciale jeugd- en jongerenafdeling van een sportorganisatie, dan wel door een dergelijke organisatie worden aanbevolen als belangrijk voor de vorming van vrijwilligers.
**5.** Een jeugdkamp of kindervakantie-activiteit moet uitgaan van een sportorganisatie voor jeugd en jongeren, of worden georganiseerd door een instelling, die geheel of gedeeltelijk ten behoeve van jeugd en jongeren werkzaam is.
**6.** Bij de aanvraag dient de tewerkgestelde een verklaring te overleggen van de organiserende instelling waaruit blijkt dat die instelling de aanvraag ondersteunt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 3
Artikel 43
Buitengewoon verlof in verband met jeugd- en jongerenwerk
Onderdeel van Reglement rechtstoestand tewerkgestelden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 30 april 1994