Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
levenspartner, verloofde, voogd(en), alsmede kinderen, stief- of pleegkinderen, ouders, stief- of pleegouders van hemzelf en van zijn levenspartner, zijn broers en zusters, stiefbroers en -zusters en pleegbroers en -zusters;
indien de hiervoor genoemde betrekkingen ontbreken, het naaste familielid.
België, Luxemburg, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1
Artikel 51
Begripsbepalingen
Onderdeel van Reglement rechtstoestand tewerkgestelden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 1992