Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
Bij Stb. 2001/208 is bepaald dat met ingang van 11 mei 2001 de
wijzigingen ook van toepassing zijn op de wetten genoemd in
artikel VI, tweede lid van de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht.