**1.** Onze Minister maakt aan elke instelling, bedoeld in artikel 1.9, eerste lid, jaarlijks uiterlijk in oktober bekend welke rijksbijdrage voor het komende begrotingsjaar voorlopig kan worden verwacht. Hij deelt daarbij mede op welke wijze de geraamde rijksbijdrage is berekend.
**2.** Onze Minister maakt aan elke instelling zo spoedig mogelijk na de in artikel 2.5, derde lid, bedoelde vaststelling bekend, welke rijksbijdrage voor de instelling is vastgesteld.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 2.5, vierde lid, bedoelde nadere vaststelling van de rijksbijdrage.
Hoofdstuk 2 › Titel 2
Artikel 2.7
Mededeling geraamde en bekendmaking vastgestelde rijksbijdrage
Onderdeel van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2020