**1.** Het instellingsbestuur stelt de examencommissie in en benoemt de leden op basis van hun deskundigheid op het terrein van de desbetreffende opleiding of groep van opleidingen.
**2.** Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie voldoende wordt gewaarborgd.
**3.** Bij de benoeming van de leden van de examencommissie draagt het instellingsbestuur er zorg voor dat:
ten minste één lid als docent verbonden is aan de desbetreffende opleiding of aan een van de opleidingen die tot de groep van opleidingen behoort;
ten minste één lid afkomstig is van buiten de desbetreffende opleiding of een van de opleidingen die tot de groep van opleidingen behoort;
leden van het instellingsbestuur of personen die anderszins financiële verantwoordelijkheid dragen binnen de instelling niet worden benoemd.
**4.** Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, hoort het instellingsbestuur de leden van de desbetreffende examencommissie.
Hoofdstuk 7 › Titel 1 › Paragraaf 1
Artikel 7.12a
Benoeming en samenstelling examencommissie
Onderdeel van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2015