**1.** Onze Minister wijst een rechtspersoon aan die op het terrein van het hoger onderwijs tot taak heeft het verzamelen en kosteloos verspreiden van objectieve, betrouwbare en vergelijkbare studiekeuze-informatie en het doen van onderzoek naar studenttevredenheid en -betrokkenheid.
**2.** De rechtspersoon neemt in verband met zijn taak enquêtes af onder studenten.
**3.** Onze Minister trekt de aanwijzing in ieder geval in indien de rechtspersoon niet langer:
zijn taak naar behoren uitoefent;
voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald;
voldoet aan in de aanwijzing gestelde eisen met betrekking tot toezicht en verantwoording; of
het overleg, bedoeld in het vierde lid, in voldoende mate pleegt.
**4.** De rechtspersoon pleegt over de uitoefening van haar taak geregeld overleg met de vertegenwoordiging van de instellingen voor hoger onderwijs en met de daarvoor in aanmerking komende belangenorganisaties van studenten.
**5.** Ten behoeve van de enquêtes, bedoeld in het tweede lid, worden aan de rechtspersoon gegevens verstrekt door het instellingsbestuur:
van een bekostigde instelling, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid; en
van een rechtspersoon voor hoger onderwijs, voor zover dit instellingsbestuur met een of meer opleidingen wenst deel te nemen aan de enquêtes.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, vastgesteld en kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het vijfde lid.
Hoofdstuk 7 › Titel 1 › Paragraaf 1
Artikel 7.15a
Studiekeuze-informatie en onderzoek naar studenttevredenheid
Onderdeel van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 27 juni 2024