Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Titel 4 › Paragraaf 2

Artikel 9.55

Vereisten bijzonder hoogleraarschap

Onderdeel van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2017

1. Om als bijzonder hoogleraar onderwijs te kunnen geven wordt vereist dat aan betrokkene de graad Doctor is verleend door een universiteit als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid dat betrokkene in het bezit is van een doctoraat, verkregen aan een zodanige instelling, dan wel dat betrokkene in het bezit is van een bewijs dat de aanstelling door het college van bestuur is bekrachtigd. 2. De bekrachtiging wordt geacht te zijn verleend, indien binnen acht weken na de ontvangst der aanvraag daarop geen beslissing is genomen. Door het college van bestuur kan deze termijn tot ten hoogste vier maanden worden verlengd. De bekrachtiging kan slechts bij een met redenen omkleed besluit worden geweigerd. 3. Het bestuur van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid geeft van elke aanstelling van een hoogleraar binnen vier weken kennis aan het college van bestuur. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel