Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.2

Artikel 4.5

Aanhef van een wet

Onderdeel van Aanwijzingen voor de regelgeving· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018

1. Voor de aanhef van een wet wordt het volgende model gebruikt: Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat [considerans]; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 2. Indien het een rijkswet betreft, luidt de laatste alinea: Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Rechtspraak bij dit artikel