Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2006

1. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de wet bedoelde teruggaaf wordt slechts verleend indien: de personenauto beschikt over voorzieningen waardoor deze gemakkelijk toegankelijk is voor rolstoelen; in de personenauto bevestigingspunten zijn aangebracht voor de rolstoelen, waarmee zij kunnen worden vastgezet, opdat de veiligheid van de rolstoelgebruiker is gewaarborgd; en het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van rolstoelgebruikers en hun begeleiders van en naar instellingen die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen. 2. De in artikel 15, vierde lid, van de wet bedoelde aangifte wordt gedaan indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen in het eerste lid, of indien het motorrijtuig binnen zes jaren na het tijdstip waarop het recht op teruggaaf is ontstaan, wordt afgestoten. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II, onderdelen B, C en D, van de Wet van 5 april 2006, houdende wijziging van de Wet op de accijns en van enkele andere wetten (Stb. 194) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel