**1.** Een zaak wordt namens het bestuur door het dagelijks bestuur binnen een termijn van ten hoogste 14 dagen na ontvangst van de tuchtrechtelijke verklaring dan wel van het proces-verbaal bij het tuchtgerecht aanhangig gemaakt door middel van een schriftelijke verklaring, inhoudende:
korte omschrijving van het ten laste gelegde feit, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse dit zou zijn begaan;
naam en adres van de betrokken aangeslotene of aangeslotenen.
**2.** Alle op de zaak betrekking hebben stukken dienen aan het tuchtgerecht te worden overgelegd.
**3.** Het dagelijks bestuur kan bij de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaring een voorstel voegen omtrent de toe te passen tuchtrechtelijke maatregel.
**4.** Afschrift van de schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken wordt gezonden aan de Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
**5.** Het tuchtgerecht neemt de zaak niet in behandeling indien de Officier van Justitie heeft beslist na overleg als bedoeld in het volgende lid, dat de overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
**6.** Het overleg als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet inzake het al of niet strafrechtelijk afdoen van een overtreding, door een aangeslotene begaan, wordt door de voorzitter van het K.C.B, of bij diens ontstentenis door de directeur van het K.C.B, gevoerd.
Paragraaf
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Reglement op de Tuchtrechtspraak· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 januari 1993