**1.** Indien naar zijn oordeel, al dan niet op voorstel van het dagelijks bestuur, geen andere maatregel dan een berisping of een geldboete van ten hoogste ƒ 1.000,– dient te worden opgelegd kan de voorzitter de zaak afdoen.
**2.** De met toepassing van het eerste lid gegeven tuchtbeschikking bevat de gronden en wijst de voorschriften aan, waarop zij berust, en zo tot het opleggen van een maatregel is besloten ook deze maatregel. Zij wordt terstond bij aangetekende brief ter kennis van de betrokken aangeslotene gebracht, onder mededeling van het bepaalde in het derde lid. Afschrift van de beschikking wordt bij aangetekende brief gezonden aan het dagelijks bestuur en voorts aan de Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
**3.** De betrokken aangeslotene en het dagelijks bestuur kunnen binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen na dagtekening van de tuchtbeschikking van de voorzitter, bij aangetekende brief aan het tuchtgerecht mondelinge
behandeling verzoeken. In dal geval wordt de tuchtbeschikking als niet gegeven beschouwd, waarna de zaak verder overeenkomstig de volgende artikelen wordt behandeld.
**4.** Een beroep als bedoeld in artikel 28 staat tegen een beschikking van de voorzitter niet open.
Paragraaf
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Reglement op de Tuchtrechtspraak· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 januari 1993